Weerdesteyn

Ligging Ongeveer 750 m ten zuiden van de Langbroeker Wetering, aan het einde van de Weerdesteynselaan in Langbroek, gemeente Wijk bij Duurstede.

Foto van de woontoren

Ontstaan De eerste vermelding dateert van 1333.
Bij het kasteel hoorde één hoeve grond, wat overeenkomt met 16 morgen. Het betreft hier een langgerekt stuk grond met een lengte van circa 1350 meter en een breedte van circa 110 meter, waarop Weerdesteyn bijna halverwege gebouwd werd.
Geschiedenis In 1319 en 1320 komen we in de archieven een Adam Philipszoon en Willem Philipszoon tegen, die mogelijk dezelfde twee personen zijn als Adam van Weerdestein en zijn broer Willem, die beide in 1329 vermeld worden. Het vermoeden bestaat dat hun vader Philip het kasteel Weerdesteyn rond 1300 gebouwd zou hebben. Het kasteel zelf wordt pas voor de eerste keer in 1333 genoemd.
Volgens de bewaarde gebleven kroniek van Johannes de Beka uit het midden van de 14e eeuw heeft de bisschop Johan van Arkel in 1351 Weerdesteyn 'gecregen'. Door financiële problemen had hij zich terug getrokken in Grenoble, maar hij kwam in 1351 terug en mogelijk heeft de eigenaar van Weerdesteyn hem toen (tijdelijk) het kasteel als residentie aangeboden.

In 1358 verkoopt Philips van Weerdestein, een zoon van de eerder genoemd Willem, het kasteel aan Johan van de Weteringh. De familie Van Weerdestein was eigenaar van Bloemenweerde bij Cothen en woonde vanaf die tijd op dat kasteeltje.
Over de familie Van de Weteringh is erg weinig bekend. We weten alleen dat een 'Johan van de Weteringh' het kasteel in 1358 kocht, dat een 'Van de Weteringh' in 1394 leenman van de bisschop was en dat er een 'Johan van de Weteringh' in 1425 sterft. Dit zal een zoon of kleinzoon van de eerstgenoemde Johan van de Weteringh zijn.

In 1425 wordt kasteel Weerdesteyn verkocht en d nieuwe eigenaar wordt Willem van Boekhout. Na diens dood volgt zijn zoon, Hubert, kanunnik van het kapittel van St. Marie in Utrecht, hem op en deze draagt Weerdesteyn in 1462 over aan zijn nicht Aleid van Zuylen. Door haar huwelijk met Arend van IJsselstein, maarschalk van het Nedersticht, komt het kasteel in deze familie terecht. Na de dood van Aleid, volgt hun zoon Cornelis haar op en hij besluit om Weerdesteyn in 1516 te verkopen aan Roelof Grauwert.
Deze familie dankt hun naam aan het kasteeltje Grauwert in het tegenwoordige Leidsche Rijn, dat in 1453 in bezit van de familie kwam. Het was een Utrechts patriciërsgeslacht en leden van de familie hadden zowel zitting in de ridderschap als in de magistraat van Utrecht. Het kasteel Hindersteyn was in bezit van Beernt Grauwert van Hindersteyn, een broer van Roelof (I).
De mannelijke leden uit deze tak van de familie droegen bijna allemaal de naam Roelof. Roelof (II), de zoon van bovengenoemd Roelof, trouwde met een bastaarddochter van Reinoud van Brederode. Dit geeft al aan dat de familie niet onbelangrijk was. Roelof (II) werd ook drost van Ameide en was de waarschijnlijk voorstander van de Hervorming, omdat hij in 1565 ook het Verbond der Edelen tekende. Waarmee hij voorstander was van de afschaffing van de inquisitie, die mensen, die de nieuwe leer waren toegedaan, vervolgd werden.

Een achterkleinzoon van Roelof (II), Roelof (IV) Grauwert, zoon van Gijsbert Grauwert, erft Weerdesteyn in 1615 en laat in 1642 een poortgebouw bouwen, dat nog steeds bestaat. Omdat hij ongehuwd blijft, vererft het huis in 1650 op zijn broer Johan en na diens dood op broer Herman. Ook deze broer sterft zonder nakomelingen en door verwerving komt kasteel Weerdesteyn nu in bezit van Justus van Egmond van der Nijenburg, een neef van de drie broers.
Na hem komt het kasteel in bezit van zijn zoon Willem en daarna van een kleinzoon. Deze kleinzoon verkoopt het kasteel in 1730 aan Eduard Joseph Ram van Schalkwijk. Hij woont op het iets verderop gelegen huis Rodestein. Na de dood van Eduard Joseph, vererft het op diens zoon Eduard Petrus in 1767. Gedurende slechts acht jaar is hij eigenaar, waarna hij sterft en het kasteel vererft op zijn drie dochters.
Bij de verdeling van de bezittingen erft de oudste dochter, Anna Catharina Maria Weerdesteyn en door haar huwelijk met Hendrik Jacob baron van Wijkerslooth komt Weerdesteyn in het bezit van deze familie terecht. De familie gaat zich naar het kasteel vernoemen: De Wijkerslooth de Weerdesteyn en het kasteel is nog steeds in bezit van deze familie.
Bouwgeschiedenis Het kasteel Weerdesteyn werd ten zuiden van de Langbroekerwetering gebouwd op een terrein dat door een dubbele, gedeeltelijk zelfs drievoudige omgrachting is omgeven. De woontoren heeft een vierkante plattegrond van 9,3 x 9,3 meter, een hoogte van 22 meter en is gebouwd met kloostermoppen met een formaat van circa 30,5 x 14,5 x 7,5 cm. Aan de hand van dit steenformaat en de manier van metselen kan Weerdesteyn heel goed rond 1300 gesticht zijn. De toren bestaat uit vijf bouwlagen, te weten een kelderruimte, drie verdiepingen en een zolder. Als we het muurwerk nader beschouwen zien we op een hoger niveau, dat er gebruik is gemaakt van tufsteen. Het is echter onduidelijk waar deze oorspronkelijk vandaan komt.
Over de bouwgeschiedenis van het kasteel valt niet heel veel te zeggen. Bij de restauratie van 1870 en 1871 werd er een gevelsteen geplaatst, waarop we lezen, dat het kasteel herbouwd was na een verwoesting in de 16e eeuw. Hierover kunnen we in de archieven echter niets vinden.

Weerdesteyn werd, in tegenstelling tot heel veel kastelen, nadat ze hun verdedigbare functie waren kwijt geraakt, niet aangepast voor een beter wooncomfort. In 1538 voldeed Weerdesteyn dan ook volledig aan de kenmerken om als ridderhofstad te worden erkend: omgrachting, ophaalbrug en poortgebouw.
Van Weerdesteyn zijn enkele tekeningen uit de 17e- en 18e eeuw bewaard gebleven. In het ridderhofstedenboek vinden we een afbeelding uit ca 1665, waarop we zien dat het kasteel toen ook uit een kelder met drie woonlagen bestond, voorzien was van kantelen en gedekt werd door een schilddak. het kasteel beschikte ook over een poortgebouw. Deze afbeelding komt overeen met een schematische weergave op een kaart uit 1609. Op nieuwere afbeeldingen zien we dat de toren gedekt werd door een met pannen gedekt tentdak, terwijl eind 17e of begin 18e eeuw de kantelen verwijderd zijn.

De ingang tot de woontoren bevond zich in de 17e eeuw op de eerste woonlaag, die via een houten brug over de gracht te bereiken was. Aan de zuidzijde was een duiventil aangebracht, die we op de tekening van L.P. Serrurier, een kopie naar een tekening uit circa 1730, niet meer tegen komen. Doordat Serrurier vanuit een ander zichtpunt het kasteel tekende, zien we nu aan de noordzijde een kleine aanbouw.
In 1772 wordt 'De tegenwoordige Staat' uitgegeven; daarin wordt Weerdesteyn omschreven als: 'slegts een vierkantige steenen Tooren, met een gracht omringd'.

In 1751 wordt door Van Liender een bezoek gebracht aan het kasteel en door hem wordt een tekening van het kasteel gemaakt. We zien hierop dat de aanbouw, de brug en de hoofdingang verdwenen zijn. Hiervoor in de plaats zijn een houten bruggetje over de gracht aangebracht en een ingang op de begane grond. Onderin de oostmuur zijn spaarbogen aangebracht; dit werd gedaan om op baksteen te bezuinigen en om niet een complete funderingssleuf te hoeven graven. Aan de hand van een tekening van Jan de Beijer uit de 18e eeuw weten we, dat deze spaarbogen zich ook aan de zuidkant bevonden.
Het terrein komen we tegen op de kadastrale tekening van 1820. We zien hierop dat kasteel en voorburcht met boerderij en bijgebouwen zijn omgracht, terwijl het kasteel zelf aan twee zijden afzonderlijk is omgracht. Mogelijk door een fout, ontbreekt het poortgebouw met vaste brug. Het geheel door nog weer een gracht omgeven.
Als Corneille Charles Auguste de Wijkerslooth de Weerdesteyn eigenaar van het kasteel is, besluit hij om het kasteel te laten restaureren. Deze restauratie vond plaats in de jaren 1870 en 1871. Omdat hij samen met zijn vrouw niet op het kasteel woonde, maar in Ollignies, in België, geeft hij opdracht aan rentmeester E. Kronenburg om toezicht te houden op de verbouwing. Bij deze renovatie werden de rechthoekige ramen vervangen door boogramen en de oude toegangsdeur op de verdieping dichtgemetseld. De eerder vermelde ingang die aangebracht was op de begane grond was rechthoekig; deze werd vervangen door een boogdeur. Verder werd hoogstwaarschijnlijk het dak nu met leien gedekt en werden er twee extra dakkapellen geplaatst. In de noordgevel werd een klok aangebracht en een herinneringssteen met de tekst: 'bâti au 13ème siècle, ruiné au 16ème siècle, restauré au 19ème par le baron Corneille Charles Auguste de Wijkerslooth de Weerdesteyn, seigneur de Schalkwijk cette année 1870'.

Bij deze renovatie werd ook het interieur aangepakt. Vanuit de keuken in de kelder werd een trap naar de eerste woonlaag aangebracht en mogelijk dateert uit deze periode ook de spiltrap. Na deze renovatie woonde de baron af en toe in de woontoren, een enkele keer van zijn vrouw vergezeld. In de kelder bevond, zoals eerder vermeld, de keuken; op de eerste woonlaag de woonkamer; daarboven de slaapkamer van de baron en de barones had haar slaapkamer daarboven, terwijl op de zolder twee ruimtes waren aangebracht voor de bedienden.
Na enkele jaren besloot de baron een tweede renovatie uit te voeren en wel in 1875. Opnieuw kreeg E. Kronenburg het toezicht toegewezen. Op kelderniveau werd een neogotische ombouw met kruisgewelven aangebouwd, waarbij aan de westkant op de bovenkant een terras werd aangebracht. Voor deze aanbouw werden speciale machinale bakstenen gebakken in het formaat van kloostermoppen. OP het dak werd een windwijzer geplaatst. In deze aanbouw bevinden zich een halletje en twee gastenvertrekken en werd voorzien van spitsboogvensters en -deuren. Het bijzondere van deze ombouw is, dat deze aan drie zijde aan de binnenkant muren kreeg van 1,25 meter dik.

De baron besloot om in 1876 de boerderij, die op de voorburcht staat, af te breken en te vervangen door een nieuwe op een plek buiten de omgrachting. En in Nice liet hij in die periode een geheel nieuwe villa bouwen, die hij 'Château Montboron' noemde. Het betreft een woontoren van drie bouwlagen in neogotische stijl, die mogelijk geïnspireerd is op Weerdesteyn.
Corneille Charles Auguste overleed in 1909 en werd opgevolgd door zijn zoon Jean, die advocaat in Utrecht was en daardoor 's zomers op Weerdesteyn woonde. Dit duurde echter niet zo lang, doordat hij in 1911 Hindersteyn kocht en daar ging wonen. Helaas werd Weerdesteyn daarna niet meer bewoond.
Er zijn nog plannen geweest om rond 1938 de aanbouw af te breken, maar deze plannen zijn niet uitgevoerd.

Het kasteel is toegankelijk via een poortgebouw, dat aan de voorkant kan worden afgesloten door een dubbele, houten deur, waarboven zich een wapensteen bevindt met de vier kwartieren van de bouwheer Roelof Grauwert (Grauwert, Van Hardenbroek, Van de Vecht en Van Snellenburg) en het jaartal 1642. De doorgang wordt geflankeerd door gemetselde pilasters met daarboven natuurstenen kogels. In de twee zijmuren bevinden zich nog drie schietgaten. De stijl van het poortgebouw komt overeen met het poortgebouw van het verdwenen Groenestein.
Tenslotte hoort bij Weerdesteyn nog de boerderij. De oorspronkelijke boerderij werd in 1676 afgebroken, maar de plaats daarvan is nog aanwijsbaar door de iets hogere ligging van het terrein. De nieuwe boerderij stamt uit 1876 en is een eenvoudige langhuisboerderij, dat gedekt wordt door een zadeldak met afgewolfde pannen. In de voorgevel zien we uitkragend siermetselwerk en gestoken windveren.
Bewoners ca 1300 Philips van Weerdesteyn
1319/29 Willem Philipszoon van Weerdesteyn (zoon)
- 1358 Philips van Weerdesteyn (zoon)
1358 - 1425 Johan van de Weteringh (koop)
1425 Willem van Boekhout (koop)
- 1462 Hubert van Boekhout (zoon)
1462 Aleid van Zuylen (nicht), getrouwd met Arend van IJsselstein
- 1516 Cornelis van IJsselstein
1516 - 1520 Roelof (I) Grauwert, getrouwd met Alid Both van Scherpenseel
1520 - 1572 Roelof (II) Grauwert (zoon), getrouwd met Margaretha van Brederode
1572 - 1602 Roelof (III) Grauwert, heer van Weerdesteyn (zoon), getrouwd met Johanna van Hardenbroek
1602 - 1615 Gijsbert Grauwert (zoon), getrouwd met Johanna van de Vecht
1615 - 1650 Roelof (IV) Grauwert (zoon)
1650 Johan Grauwert (broer, ongehuwd)
- 1676 Herman Grauwert (broer, ongehuwd)
1676 Justus van Egmond van der Nijenburg (neef), getrouwd met Eustachia van Quarebbe
Willem van Egmond van Nijenburg (zoon), getrouwd met N. van Stembor
- 1730 NN van Egmond van Nijenburg (zoon)
1730 - 1766 Eduard Joseph Ram van Schalkwijk (koop)
1767 - 1775 Eduard Petrus Ram van Schalkwijk (zoon)
1775 - 1828 Anna Catharina Maria Ram van Schalkwijk (dochter), getrouwd met Hendrik Jacob baron van Wijkerslooth de Weerdesteyn
1818 - 1864 Franciscus Johannes de Wijkerslooth de Weerdesteyn (zoon), getrouwd met Charlotte Antoinette Amelie Zephyrine de la Trémouille
1864 - 1909 Corneille Charles Auguste de Wijkerslooth de Weerdesteyn (zoon), getrouwd met Jeanne Philiberte de Bernard de Montessus
1909 - 1936 Jean Baptiste Louis Corneille Charles de Wijkerslooth de Weerdesteyn (zoon), getrouwd met Judith Maria Assuera Theresia Ignatia van Wijnbergen
1936 - 1974 Jhr. mr. ir. Ferdinand Cornelis Karel de Wijkerslooth de Weerdesteyn, heer van Weerdesteyn en Wulven (zoon), getrouwd met Renée Marie Juliëtte Madeleine Regout
1974 Cornelis Anthonius de Wijkerslooth de Weerdesteyn, getrouwd met Mirella Danielle Courbois
Huidige doeleinden Het kasteel is nog steeds eigendom van de familie Wijkerslooth de Weerdesteyn. Het kasteel is onlangs (eind 2006 (?)) gerestaureerd en nu weer bewoond.
Opengesteld Het kasteel is niet toegankelijk.
Foto's Foto van de woontoren Foto van de woontoren Gravure door Henricus Spilman (1721-1784) Tekening van het kasteel door L.P. Serrurier uit 1731
Bronnen Tekst: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, onder redactie van B. Olde Meierink, Utrecht, Uitgeverij Matrijs, 1995
Foto 1 en 2: uit eigen collectie
Foto 3: Peter van der Wielen
Afb. 1: Kastelengids van Nederland, 1979 (*)
Afb. 2: Het Utrechts Landschap, natuurlijk hart van Nederland, 1990