Vechtvliet

Ligging Op de westelijke oever van de Vecht, net iets ten noorden van Breukelen, Rijksstraatweg 220.

Foto van het huis

Andere benaming vanden Broeck, Vegtvliet (na 1700)
Ontstaan Het huis werd rond 1665 gebouwd naar een ontwerp van Philips Vingboons.
Geschiedenis De buitenplaats Vechtvliet werd gebouwd in opdracht van de Amsterdamse koopman Willem van den Broeck door Philip Vingboons. Willem trouwt met Anna Masuer en ze krijgen minstens drie kinderen in Amsterdam. In 1670 koopt Willem o.a. zeven morgen grond, grenzend aan een stuk land dat al in zijn bezit is. Mogelijk stond hier het huis Vechtvliet al op. In 1681 sterft hij en bij testament wordt Vechtvliet toegewezen aan zijn oudste zoon Willem. In dit testament wordt het huis als volgt beschreven: "huysinge ende hoffstede met alle toebehoren vandien sulx dan heere Compt. die selffs gebruijkt gelegen aende reviere de Vecht, mette huijsmans wonine, hoveniers woninge ende koetssiers woninge, lootsen, peerdestall, koetshuijs, bergh, schuyr, schuthuijss en vorder getimmer, bepotinge ende beplantinge daerop staende".
Willem krijgt verder 62,5 morgen land in de omgeving van Breukelen en zijn jongere broer Petrus krijgt 82 morgen land met twee hofsteden rond Breukelen en Loenen. De jongere broer Petrus heeft voldoende kapitaal om in 1684 Ruytervecht te kopen van de nabestaanden van Engel de Ruyter.

Willem koos niet voor het koopmanschap, maar voor een staatkundige loopbaan en werd benoemd in de Raad en Leenhove van Brabant en woonde veelal in Den Haag. Zijn huwelijk met Françoise Fagel in 1676 duurde maar vijf jaar. Na haar overlijden hertrouwt hij in 1686 op 39-jarige leeftijd met Anna Adriana Ockerse; zij is slechts 18 jaar oud. Hij is inmiddels eigenaar geworden van een huis in Loosduinen en in 1688 wordt hij heer van Vrijhoeven, dat onder Ter Aar in Zuid-Holland ligt.
Voor zijn tweede huwelijk en ook vanaf 1716 verhuurt hij Vechtvliet en de vraag is of hij vaak op het huis gewoond heeft. In 1716 verhuurt hij het aan Ursula van Coppenoll, weduwe van Jan Westendorp en vanaf 1721 aan Jean Clicquet. In 1726 sterft hij op 79-jarige leeftijd en hij laat drie kinderen na: Anna (48) uit zijn eerste huwelijk en Cornelis (30) en Willem (24). Eerst zijn ze enkele jaren gezamenlijk eigenaar van Vechtvliet. Het was een probleem om het huis te verkopen, want in het testament van grootvader Willem stond de fidei-commissaire bepaling, dat Vechtvliet altijd in de familie moest blijven. Via de rechter kon worden geregeld, dat na vijftig jaar van deze regel mocht worden afgeweken, zo kon het huis in 1731 verkocht worden. Het huis wordt publiekelijk verkocht. Het huis wordt omschreven als: "een vermakelyke en welgelegen Heeren Huyzinge, verzien van een Zaal van 40 voeten lang, en 20 breed, met verscheyde Boven- en Beneden-kamers, Kelders, Solders, en andere gemakken, een groot Somerhuys, schoone Stal voor 6 Paerden, Koetshuys, Tuynmanshuys, Hoven met keurlyke Vrugten voorsien, Sterrebosch, an andere opgaende Plantagien []". Vechtvliet wordt dan gekocht door de huurder Jean Clicquet.

Jean woonde dus al tien jaar op Vechtvliet als hij op 66-jarige leeftijd eigenaar wordt. Hij was een Amsterdamse koopman en getrouwd met Margaretha Alstorphius. Financieel ging het hem voor de wind, maar in privésfeer had hij veel verdriet te verwerken. Tot drie keer toe werd hij weduwnaar, waarvan twee maal binnen een jaar; twee van zijn drie kinderen stierven jong. Margaretha is dus zijn vierde echtgenote, maar uit dit huwelijk worden geen kinderen geboren. Na een huwelijk van tweeëntwintig jaar sterft Margaretha en wordt in de Nieuwe Kerk in Amsterdam begraven. In 1743 koopt Jean de grafkapel naast de Hervormde Kerk van Breukelen van Jan Elias Huydecoper, eigenaar van Goudestein. In juni 1747 laat hij nog een testament opstellen, waarbij hij o.a. f. 50.000 aan zijn enige kleinzoon legateert. Eind augustus/begin september sterft hij op 82-jarige leeftijd en wordt begraven in de grafkapel in Breukelen.

Zoon Pieter Cliquet volgt zijn vader op als eigenaar van Vechtvliet. Hij was in 1729 getrouwd met Anna Maria Graver en in 1730 had het echtpaar een zoon Jan gekregen. Waarschijnlijk kort nadat hij eigenaar geworden is, laat hij Vechtvliet verbouwen. Bij twee veilingen is hij aanwezig en koopt enkele meubelen uit de inboedel van Vegtenhoff en "2 extra fraaije gesnede sitbanken" en een biljart uit de inboedel van Queekhoven. Pieter sterft in 1758 en wordt met een jacht vanuit Amsterdam over de Vecht naar Breukelen gebracht en bijgezet in de grafkapel; zijn weduwe sterft zeven jaar later en ook zij wordt dan in de familiegrafkapel bijgezet.
Jan is 27 jaar oud en nog niet getrouwd, als hij in april 1758 eigenaar van Vechtvliet wordt. In juli van datzelfde jaar trouwt hij met Maria Theresia Andrioli; zijn moeder was waarschijnlijk niet blij met zijn partnerkeuze, want zij was buitenechtelijk geboren en van Rooms-Katholiek opgevoed. Jan handelde in goederen van de V.O.C. en toen rond 1772 door de V.O.C. aan Stadhouder Willem V een Meissner porseleinen advies aanbod, kwamen daar ook afbeeldingen op voor van Vechtvliet. Resten van dit servies zijn bewaard gebleven en tentoongesteld op Het Loo.
Het echtpaar Jan en Maria Theresia besluiten om hun buiten Vechtvliet te verkopen in 1776 voor f. 32000,- Het huis wordt omschreven als "capitaale Heere Huyzinge met alle het geene daarin aard en nagelvast is alsmeede een Tuynmans Huys met zijn Stallinge Coetshuys en Orangerie Schuytenhuys Hoven Boomgaard Starrebos Plantagien Cabinetten Perziken en andere Kassen Schuttingen en verdere Getimmertens". Bij het huis hoort ook de boerenhofstede met 37,5 morgen hooi- en weiland.

De nieuwe eigenaar wordt Willem Vrij, een Amsterdamse koopman en doopsgezind. Uit zijn huwelijk met Maria Altius worden twee kinderen geboren, die beide jong sterven. Financieel ging het hem heel goed. Eerst kocht hij een pand in Amsterdam en in 1772 de buitenplaats Postwijck bij Baambrugge. Deze verkoopt hij vier jaar later weer, om in datzelfde jaar Vechtvliet te kopen. Gedurende negentien jaar is hij eigenaar, maar dan sterft hij en wordt begraven in Amsterdam. Zijn weduwe blijft nog vijf jaar eigenaresse van het buiten, om het dan te verkopen aan Wijnandus van Diest.
Tegen het einde van de 18e eeuw verminderd de waarde van de buitenplaatsen; ook voor Vechtvliet ligt de prijs in 1796 bijna f. 6.000,- lager dan waar Willem het gekocht had. Wijnandus trouwt met Johanna Elisabeth Koekebakker en ze krijgen één zoon. Nadat hij elf jaar eigenaar is geweest, verkoopt hij het aan Agatha Boonen, die weduwe is van Arent van der Werff van Zuidland.

Agatha en Arent woonden in Dordrecht, maar naar zijn overlijden, vestigt ze zich in Amsterdam en verkoopt verscheidene huizen in Dordrecht en maar liefst 141 schilderijen. De grootste tijd van het jaar woont ze in Amsterdam en gebruikt Vechtvliet alleen als zomerverblijf. Met de hulp van haar jongste zoon verkoopt ze het huis in 1815, ze is dan 73 jaar oud, aan Arnoud Wils, ook een Amsterdamse koopman.
Arnoud Wils trouwt in 1792 met Johanna Magdalena Thuret, bij wie hij twee dochters krijgt. Twee jaar na de koop van Vechtvliet wordt Arnoud al weduwe; zijn vrouw werd slechts 43 jaar oud en hij zelf sterft een jaar later, op de nog jonge leeftijd van 48 jaar. Hun dochters zijn dan 24 en 11 jaar oud en laten een inventarisatie van het huis maken (zie bouwgeschiedenis).

Via een veiling komt Mr. Hendrik Gildemeester in bezit van Vechtvliet. Hij is in Lissabon geboren en trouwt in 1782 met Albertina Frederika Cornelia van Gheel en een jaar later wordt hij ingeschreven als poorter van Amsterdam; later wordt hij directeur-generaal van de Levantse handel en van de kolonie Berbice, lid van het Provinciaal bestuur van Holland en van het Wetgevend Lichaam. Hendrik sterft in 1823 in Amsterdam en zijn vrouw overleeft hem elf jaar. Na haar overlijden vererft het huis op hun dochter Albertine Henriette.
Albertine Henriette Gildemeester is in 1819 getrouwd met Jan Coenraad Duuring en zijn respectievelijk 45 en 55 jaar oud als ze eigenaar worden van Vechtvliet. Jan Coenraad is al eigenaar van de buitenplaats Vechtstroom en de boerderijen Groenlust en Voortwijk en mocht hij zich heer van Cockengen en Kortenhoef noemen. In hetzelfde jaar dat ze eigenaar worden van Vechtvliet sterft Jan Coenraad, heel waarschijnlijk onverwacht en blijft zijn weduwe nog twintig jaar eigenaresse. Mogelijk ging het haar financieel niet zo goed, want zij verkoopt een groot deel van de bezittingen en sterft in 1854 op Vechtvliet.

De nieuwe eigenaar wordt hun enige zoon Gerard Daniel Duuring. In 1846 had hij al voor f. 1800,- de stalling en daggelderswoning van naast Vechtvliet gelegen buitenplaats Hoogerlust gekocht en toegevoegd aan de aan de andere zijde liggende Vechtstroom om niet lang daarna te trouwen met Louise Marie Rosette van der Hout. Gerard Daniel en Louise Marie Rosette gaan op Vechtstroom wonen, waar hun eerste drie kinderen worden geboren. Na het overlijden van Albertina Henriette Gildemeester vestigen ze zich op Vechtvliet; hun overige vijf kinderen worden daar geboren en na tweehonderd wordt Vechtvliet nu permanent bewoond.
Niet lang daarna vindt er een grootscheepse verbouwing plaats. In 1856 vindt er een openbare verkoping plaats van 23 vensterramen, een koperen fonteinbak, een houten en een marmeren schoorsteenmantel, een gootsteen, 11 deuren, 2 vensterluiken, 3 kozijnen en 2 stenen nissen. In 1871 bezoekt ds. Craandijk Vechtvliet en hij schrijft er over: "Het huis van Vechtvliet, althans de gevel die naar de straatweg gekeerd is, is een zwaar, niet zeer smaakvol gebouw in overladen rococostijl, met een veel te groot, overdadig met krulwerk versierd ornament aan de kroonlijst en nissen met beelden in de plaats van ramen aan weerskanten van de deur".

In de 19e eeuw heeft het huis nog een tijdje dienst gedaan als opvoedingsgesticht voor meisjes en werd daartoe van binnen geheel vertimmerd tot kleine kamertjes. Door een latere eigenaar is het interieur weer geheel in oude stijl gerestaureerd.
Bouwgeschiedenis Het huis werd rond 1665 gebouwd naar ontwerp van Philips Vingboons, het vierde huis, dat langs de Vecht door hem ontworpen werd. Hij schrijft er zelf over: "[] op Kelders ten deele gewulft, waer in men noch heeft een groote Koocken, een Wasplaets, als mede wooning voor yemant dien de sorge van de plaets soude mogen by absentie worden aenbevoolen". De eerste en tweede verdieping hebben "weder de selve verdeeling, uytgenomen boven de Sael, alwaer (de tweede verdieping, KBR) in twee Kamers verdeelt is. Hooger is noch goede gelegentheyt van Solder en andersints, tot gerijf van de Huyshoudinge". Aan de hand van de bewaard gebleven afbeeldingen zien we een eenvoudig in classicistische stijl ontworpen gebouw. In de voorgevel bevindt zich een wat naar voren springend middengedeelte, die getooid is met een driehoekige timpaan. De achtergevel heeft blinde vensters, omdat men waarschijnlijk geen uitzicht wilde hebben op de aan de andere zijde van de straatweg geplande boerderij.
Foto van het huis Foto van het huis
Voorgevel en plattegrond van Vechtvliet volgens ontwerp door Vingboons

Het is niet bekend wanneer het huis gebouwd is, want dat wordt bij de ontwerpen niet vermeld. Het moet voor 1673, het Rampjaar geweest zijn, want in dat jaar onderging het huis hetzelfde lot als Nijenrode en Gunterstein: het werd veranderd in een ruïne. We zien dit op een ets uit 1676 door S. Sorjous in "het ontroerde Nederland".
Ets van het huis als ruïne rond 1676

Rond 1750 ondergaat het huis een aantal wijzigingen. Men heeft steeds gedacht dat deze verbouwing zo'n dertig jaar eerder plaats vond, maar men vond op het fronton aan de straatzijde wapenvelden terug met de alliantiewapens van Pieter Clicquet en Anna Maria Graver. De voor- en achtergevel werden omgewisseld. De indeling werd ook zodanig aangepast dat men bij binnenkomst in een grote hal terecht kwam, met daar achter een over de Vecht uitziende koepelkamer. Deze koepelkamer werd de eetzaal aangebracht en aan de buitenzijde zag deze koepel er uit als de helft van een achtkantige uitbouw, die tot aan het dak reikte. De hal kreeg een vloer van zes grote marmeren platen en het plafond kreeg een fraai in Lodewijk-XV-stijl gestuct plafond, de we ook terug vinden in de koepelkamer.
De nieuwe voorgevel werd voorzien van een nieuwe muur, die voor de bestaande gebouwd werd en waarin twee nissen werden aangebracht. In deze nissen werden 2 grote beelden aangebracht, voorstellende Meleager en Atalante. Van deze beelden zijn tekeningen bewaard gebleven, die getekend zijn door Bernardus de Wilde, die een opvolger was van de Amsterdamse beeldhouwer Ignatius van Logteren. De nieuwe voorgevel kreeg een iets naar voren springend middengedeelte, die bekroond werd door een attiek van grenenhout, bestaande uit een fronton, een aantal balusters en vazen op de hoeken. Zie bij "foto's" voor de afbeeldingen die P.J. Lutgers in 1836 van het huis maakte, zoals het er in dat jaar nog steeds uit zag.

Op de bel-etage komen we in de hal, waar een barometer en een rolkaart van Utrecht zich bevinden. Rechts daarvan een zijkamer met twee katoenen gordijnen met draperieën, "twee coupel paveljoen ledikanten met groen moies' behangsel, twee eeken houte tent ledikantjes, met damast behangsel en tien gladde stoelen met zwarte trijpte zittingen". Uit deze beschrijving blijkt, dat de oorspronkelijke 'zaal' in twee kamers is opgedeeld en dat deze voorste kamer nu in gebruik is als slaapkamer. Achter de zaal bevindt zich de koepelkamer met daarin "een met zwart trijp beklede mahoniehouten canapé, een capitaal Smirna vloertapijt en een inlands overkleed". Rechts daarvan bevindt zich de eetzaal, met daarin een mahoniehouten eettafel met acht insteekbladen, een penant- of buffettafel met marmeren blad, spiegel met vergulde lijst, dertien gladhouten met zwarte trijp beklede stoelen. Deze eetkamer is het andere deel van de opgesplitste zaal. Aan de andere kant van het huis vinden we nog de linker zijkamer en de "boekekamer", met weinig waardevolle spullen.
Op de eerste verdieping bevinden zich de boven-koepelkamer, de paarse, groene, blauwe en gele bovenkamers, de logeerkamer, de biljartkamer en de "meidekamer". Al deze kamers werden gebruikt als slaapkamers, op de biljartkamer na. Daarna wordt de zolder nog genoemd. Het lijkt onwaarschijnlijk dat zich op de eerste verdieping achtkamers bevonden, twee kamers hiervan waren waarschijnlijk op de zolderverdieping te vinden. Onder het huis bevond zich nog de kelder, waar de keuken te vinden was.

Rond 1856 vond er een verbouwing plaats door Gerard Daniel Duuring, waarschijnlijk omdat hij permanent op Vechtvliet gaat wonen. In de voorgevel werden de nissen verwijderd en werden er acht vensters aangebracht. Hierdoor kregen de kamers aan deze zijde van het gebouw veel meer licht. Deze vensters worden heel zorgvuldig aangebracht: de afwerking is met steenkleurig cement uitgevoerd. Verder werden er vele ramen vernieuwd en ook intern werd er het één en ander veranderd. Er werden nieuwe schouwen geplaatst en schuifdeuren tussen de hal en de eetkamer aangebracht.
De beelden van Ignatius van Logteren werden nu op het bordes boven de voordeur geplaatst, waar ze ruim vijfenzeventig jaar hebben gestaan. Daarna zijn ze op de plek links en rechts van de buitentrap terecht gekomen.
Foto van het huis Foto van het huis

Het huis bestaat uit twee bouwlagen en is aan de wegzijde vijf ramen breed. In het midden bevindt zich een rijk gedecoreerde ingangspartij in laat-Lodewijk XV-stijl. Boven de ingangspartij bevindt zich een gebogen daklijst.
In de jaren dertig van de 20e eeuw werd de muur in de zaal, die deze ruimte in twee vertrekken opsplitste, weer één grote ruimte.
Bewoners 1665 - 1681 Willem van den Broeck, getrouwd met Anna Masuer
1681 - 1726 Mr. Willem van den Broeck (zoon)
1726 - 1731 Anna Adriana Ockerse, weduwe van voorgaande
1731 - 1747 Jean Clicquet (koop)
1747 - 1765 Pieter Clicquet, getrouwd met Anna Maria Graver
1765 - 1776 Jan Clicquet, getrouwd met Maria Theresia Andrioli
1776 - 1791 Pieter Vrij (koop f. 32000)
1791 - 1796 Maria Altius, weduwe van voorgaande
1796 - 1807 Wijnandus van Driest (koop f. 26100)
1807 - 1815 Agatha Boonen (koop f. 28000)
1815 - 1818 Arnoud Wils (koop f. 19000)
1818 - 1823 Mr. Hendrik Gildemeester (koop)
1823 - 1834 Albertina Frederica Cornelia van Gheel, weduwe van voorgaande
1834 - 1854 Albertina Henriette Gildemeester, getr. met Jan Coenraad Duuring
1854 - 1871 Gerard Daniel Duuring (zoon)
1871 - 1872 Louise Marie Rosette van der Hout, weduwe van voorgaande
1872 - 1879 Cornelis Boogaard Parqui (koop via veiling)
1879 - 1884 Johannes Wilhelmus Cramer (koop)
1884 - 1885 Maria Catharina Celestina Wansink, weduwe van voorgaande
1885 - 1900 Patricius Angelus Maria Cramer
1900 - 1903 Wilhelm Frierich Smits (koop)
1903 - 1915 Johan Gustaaf Gerhard Schrader (koop)
1915 - 1919 Janna Suzanne Nelle, weduwe van voorgaande
1919 - 1924 Adriaan Henry Loeff (koop)
Jacob Molenkamp (koop)
1927 - 1928 hermanus van der Grift
1928 - 1939 Hendrik Lodewijk Teves (koop)
1939 - 1940 Johanna Margaretha van der Vijzel, weduwe van voorgaande
1940 - 1949 Carel Fredrik Overhoff (koop)
1949 - 1970 Vereniging Beth San (koop)
1970 Corn. Johannes Buijs (koop)
1970 - 1979 Prof. Dr. Paul Wittebol (koop)
1979 Prof. Dr. Ir. Reinier Plomp en echtgenote (koop)
Huidige doeleinden Het huis is bewoond.
Opengesteld Het huis is niet te bezichtigen. Wel is het huis vanaf de weg goed zichtbaar.
Foto's Afbeeldingen van P.J. Lutgers uit 1836, zoals het huis er sinds ca 1750 uit zag:
Tekening van het huis door P.J. Lutgers uit 1836 Nog een tekening van het huis door P.J. Lutgers uit 1836
Bronnen Tekst: Gids voor Nederlandsche kastelen en buitenplaatsen, Allert de Lange, Amsterdam, 1966
Historische buitenplaatsen in particulier bezit, 1991
P. Terlouw, De Vecht een stroom van verhalen, 1972
E. Munning Schmidt en A.J.A.M. Lisman, met tekeningen van Chr. Schut, Plaatsen aan de Vecht en de Angstel, Historische beschrijvingen en afbeeldingen van kastelen, buitenplaatsen, stads- en dorpsgezichten aan de Vecht van Zuilen tot Muiden, Alphen aan den Rijn, Canaletto, 1985, 262 blz, 2e druk
R. Plomp, Vegtvliet te Breukelen als zomerverblijf 1665-1854, Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap "Niftarlake", 1983, blz. 22-52
Foto 1: uit eigen collectie
Afb. 1 t/m 3, 5 en 6: R. Plomp, Vegtvliet te Breukelen als zomerverblijf 1665-1854, Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap "Niftarlake", 1983, blz. 22-52
Afb. 4 en 5: P.J. Lutgers, Gezigten aan de rivier de Vecht, 1836/1979