Renswoude

Ligging Iets ten oosten van het dorp Renswoude.

Foto van de voorkant het kasteel

Andere benamingen Borchwal, Rijnswoude
Ontstaan Het kasteel werd gebouwd tussen 1350 en 1375.
Geschiedenis Het huidige kasteel van Renswoude had een middeleeuwse voorganger. Waarschijnlijk wordt in 1346 door bisschop Jan van Arkel het gebied 'Rijnswoude' van de burgers van Rhenen gekocht, met het doel het gebied in leen te geven aan zijn broer Robert. Deze Robert sneuvelt echter al een jaar later bij Luik en dan wordt diens bastaardzoon, ook Robert geheten, met het goed in 1363 beleend. Er wordt vanuit gegaan dat deze Robert de bouwheer is van het eerste kasteel, dat ook wel onder de naam Borchwal in de archieven voorkomt.
Robert had een bastaardbroer, Johan van den Borch, die hem vermoedelijk opvolgde in het leen en daarna wordt Jan van Rhijnestein, bastaardzoon van de bisschop zelf, met Renswoude beleend. Jan was ook al leenman van kasteel Rhijnestein en trouwde met Lutgard Gijsbrechtsdr. van Sterkenburgh.

Vervolgens komen we als leenman in 1381 Claes Oem tegen, die twee jaar later al weer opgevolgd wordt door Claes van Zevender. Claes trouwde met Machteld Woutersdr. van IJzendoorn en wordt na zijn dood in 1414 opgevolgd door hun zoon Willem. Hij is slechts drie jaar leenman en omdat hij geen nakomelingen heeft vererft het kasteel op zijn zus Arnolda. Arnolda trad in het huwelijk met Gerrit van Culemborg, waarmee het kasteel in deze familie komt.
Na het overlijden van Arnolda in 1423 wordt zij opgevolgd door haar zoon Gerrit. Gerrit trouwde met Margaretha Taets van Amerongen en werd in 1459 opgevolgd door zoon Gerrit. Deze Gerrit, Gerrit IV van Culemborg werd na zijn dood eerst opgevolgd door zijn zoon Dirk, maar toen deze in 1502, zonder kinderen na te laten, overleed, volgde zijn broer Willem II hem op. Willem II was nog dertien de leenman van Renswoude en werd toen opgevolgd door zijn minderjarige zoon Gerrit, die echter zeven jaar later al overleed en opgevolgd werd door zijn broer Johan. Hij is van 1523 tot zijn dood in 1558 eigenaar van het kasteel en in die periode wordt het kasteel in 1536 erkend als ridderhofstad.
Als Johan, die trouwde met Agatha van Coulster in 1558 sterft, heeft hij alleen dochters en daardoor erft zijn dochter Margaretha het kasteel. Zij trouwt met Philips van Hamale en is vijftig jaar eigenaresse van het kasteel en bij haar overlijden is haar oudste zoon inmiddels overleden en haar kleinzoon, ook Philips van Hamale geheten, erft Renswoude. Omdat de familie Van Hamale zijn bezittingen hoofdzakelijk in België had, is het kasteel Renswoude in verval geraakt. Daarom besluit Philips in 1623 het kasteel te verkopen. Dit si de enige keer dat Renswoude verkocht werd.

De nieuwe eigenaar wordt Johan van Reede. Deze gereformeerde kasteelheer vindt een kerk belangrijker dan de herbouw van zijn eigen kasteel. Het huis op zijn landgoed waar protestantse samenkomsten werden gehouden, was te klein geworden. Hij krijgt toestemming om vlakbij het kasteel een eigen kerk te bouwen. Deze fraaie koepelkerk wordt in 1641 in gebruik genomen. Vervolgens laat Johan van Reede het oude slot afbreken en het nieuwe, huidige kasteel bouwen. Het kasteel werd waarschijnlijk gebouwd door de Utrechtse bouwmeesters Gijsbert Theunisz. van Vianen en Pieter Jansz. van Cooten. In de muur van het kasteel is een wapensteen aangebracht met het jaartal 1654; in dat jaar zal de herbouw van het kasteel zijn afgerond.
Bijna zestig jaar is Johan eigenaar van Renswoude geweest; omdat zijn zoon bij zijn overlijden in 1682 al overleden is, wordt hij opgevolgd door zijn kleinzoon Frederik Adriaan van Reede. Hij zet het herstel van het kasteel voort, samen met zijn echtgenote Maria Duyst van Voorhout, met wie hij in 1685 trouwt.
Tijdens de afwezigheid van haar man liet zij het nu nog bestaande Grand Canal graven tegenover de kasteellaan. Hierdoor werden veel werklozen aan werk geholpen. Maar het was vooral bedoeld als verrassing voor haar man, want hij had een grote bewondering voor Versailles. En zo'n langgerekte vijver hoorde thuis in de Franse tuinaanleg van die tijd.
Na het overlijden van Frederik Adriaan blijft zijn weduwe nog tot haar dood in 1754 op het kasteel wonen. Omdat het echtpaar geen kinderen heeft, vererft het kasteel op een achternicht: Maria Jacoba Pijnssen van de Aa, die inmiddels weduwe is van Leonard Taets van Amerongen.

Hiermee komt het kasteel in bezit van de familie Taets van Amerongen. Als de nieuwe eigenaresse na twaalf jaar sterft, neemt haar tweede zoon Gerard Maximiliaan Taets van Amerongen, Renswoude uit de boedel. De nieuwe eigenaar is niet Oranjegezind en daarmee patriot, wat tot gevolg had, dat toen het Pruisisch leger ons land binnenviel, hij naar Frankrijk moest vluchten, waar hij in 1788 in Douai overleed, terwijl zijn weduwe Catharina Johanna Mossel in 1795 in Antwerpen overleed.
In 1802 keert de jongste zoon van voorgaand echtpaar, Joost Gerard Baron Taets van Amerongen, terug naar Nederland en uit de nalatenschap van zijn ouders neemt hij kasteel Renswoude. Omdat hij twee oudere broers heeft en drie jongere zussen gaat hij de verplichting aan dat hij in twaalf jaar tijd vijf zesde van de waarde van het kasteel aan hen uit zal betalen. Mogelijk om dat geld op te brengen heeft hij geprobeerd het kasteel te verhuren; dit blijkt uit een advertentie in de Oprechte Haarlemmer Courant uit 1805. Of de verhuur plaats gevonden heeft, is niet bekend. In 1816 trouwt hij met Clasina Cornelia van Nellesteyn en ze gaan in het kasteel wonen. Clasina Cornelia is een dochter van de heer van Broekhuizen. Tijdens de vierendertig jaar, die ze op het kasteel wonen laten ze het huis moderniseren en een park in Engelse landschapsstijl aanleggen.

Joost Gerard sterft in 1850 en wordt opgevolgd door zijn zoon Maximiliaan Jacob Leonard Taets, die meet dan vijftig jaar heer van Renswoude was. Hij trouwt in 1848 met zijn nicht Henriëtte Jaqueline Wilhelmine Huydecoper. Door dit echtpaar wordt het kasteel verder gemoderniseerd. Het echtpaar krijgt maar één zoon en deze woont samen met zijn vrouw, Louise Henriëtte van Eeghen, vanaf 1902 tot zijn dood in 1922 in kasteel Renswoude. Zijn oudste zoon, Maximiliaan Jacob Leonard, woont er na zijn vaders overlijden tot zijn dood in 1958, waarna zijn weduwe nog in het kasteel blijft wonen.
Sinds 1968 is het kasteel ondergebracht in de familiestichting Taets van Amerongen. Het park werd overgedragen aan de Stichting Het Utrechts Landschap.
Op 28 november 1985 ging de zolderverdieping in vlammen op. Ook de drie bovenlagen van de toren en het gedeelte waar zich de eetkamer bevond, moesten het ontgelden. De brand had een schade van miljoenen veroorzaakt. Al de volgende dag begon men met het oprichten van steigers. Dit werd bereikt door de voortvarendheid van de toenmalige eigenaar, baron J.J.C. Taets van Amerongen. Ondertussen is het kasteel weer volledig gerestaureerd. Deze baron is op 16 juni 2009 overleden.
Bouwgeschiedenis Het is helaas niet bekend hoe het middeleeuwse kasteel Renswoude eruit heeft gezien. Aan de hand van de belening van 1381 en de belening van 1422, waarbij gesproken wordt over een slotbrug, vermoeden we dat er in de 14e eeuw al een omgracht kasteel hebben gestaan. Bij de beschrijving van de belening van 1459 aan Gerrit van Culemborg wordt daar echter niets over gezegd: "Die goede tot Rijnswoude ende den tienden van den selven guede ende alle goede, veenen ende die moelen ende wildernissen als te Rijnswoude aen behoeren".
Van J. Stellingwerf is een 18e eeuwse tekening bewaard gebleven, met het onderschrift: "de Bornewal in Eemlant 1665". Van Stellingwerf is bekend dat hij niet zo nauwkeurg te werk ging, maar mogelijk hebben we hier toch te maken met de middeleeuwse versie van het kasteel, dat overigens in 1665 al meer dan tien jaar daarvoor was verbouwd, tot een 17e eeuw kasteel. Mogelijk zijn de funderingen van de toren en het poortgebouw gebruikt bij de bouw van het nieuwe kasteel.

Het hoofdgebouw bestaat uit twee grote dwarshuizen, die evenwijdig tegen elkaar aan liggen. In feite is het huis maar twee kamers diep, maar de midden- en hoektorens geven het een kasteelachtige aanzien. Deze twee vleugels hebben bakstenen gevelstoppen en worden gedekt door zadeldaken. De voorgevel is negen vensters breed en heeft een totale lengte van 24 meter, met een middenrisaliet, die uit een vierkante toren van vijf bouwlagen bestaat en gedekt wordt door een tentdak met daarboven een vergulde bol. Op de hoeken staan twee naar springende torens. De achtergevel is veel eenvoudig en komt overeen met de gangbare bouwstijl halverwege de 17e eeuw. De eerder genoemde wapensteen met het jaartal 1654 is in het poortgebouw aangebracht.
Op een schilderij uit de 17e eeuw zien we het herbouwde kasteel met bijgebouwen gelegen aan een voorplein omgeven door een muur. Een ophaalbrug over de gracht gaf via een poortgebouw in deze muur toegang tot het kasteel.
Het poortgebouw en de hoge muur zijn voor 1699 afgebroken en vervangen door en lage muur met piëdestals met vazen en de ophaalbrug werd vervangen door een stenen brug met vier bogen. Deze situatie zijn we op een gravure door C. Specht uit 1699.
In 1805, als Joost Gerard Godard Taets van Amerongen zijn kasteel te huur aanbiedt in de Oprechte Haarlemmer Courant, wordt het kasteel als volgt omschreven: "Te huur de Ridder-Hofstad Renswoude, in het departement Utrecht, bestaande de Huizinge in een royaal Voorhuis en Gang, voorts beneden zes zoo zaalen als kamers, groote keukens, ruime wyn, bier- en provisiekelders, mitsgaders appartementen voor de domesticquen, boven negen zoo groote als kleine vertrekken, en aldaar gelyk ook beneden met kabinetten en verdere commoditeiten voorzien, ruime zolders over 't geheele huis, en op hetzelve een staande horologie met de wyzers naar buiten".

Zoals hierboven beschreven laat Joost Gerard Godard vanaf 1816 het kasteel verbouwen en het park veranderen in een Engels landschapspark. Er is een aquarel bewaard gebleven van rond 1829, waarop we de achtergevel van het kasteel is afgebeeld. Er komen in deze gevel verschillende soorten vensters voor: op de bel-etage empire schuiframen, op de eerste verdieping kruisvensters met luiken en op de zolderverdieping gewone vensters met luiken. Hieruit maken we op dat niet in één keer alle vensters werden vervangen, maar iedere keer een paar, mogelijk per vertrek. Op deze aquarel zien we ook dat de ovale wapensteen, die oorspronkelijk in het poortgebouw was aangebracht, na de sloop hiervan in de 18e eeuw, in de achtergevel is geplaatst.
Maximiliaan Jacob Leonard was de volgende eigenaar en hij gaat door met het verbouwen van het kasteel. De voorgevel wordt voorzien van empire-vensters en liet in het midden van de voorgevel ter breedte van de middentoren een trap aanbrengen met een veranda.
Ook in de 20e eeuw wordt er weer verbouwd. De 19e eeuwse veranda wordt nu weer verwijderd, zodat men een beter zicht kreeg op de ingang en de ovale wapensteen, die in de achtergevel geplaatst was, nu boven de voordeur aangebracht. Bij een restauratie in 1976 werd de voorgevel weer voorzien van kruisvensters.

Het kasteel kent vier bouwlagen, te weten: een onderhuis, bel-etage, eerste verdieping en een zolder. Het onderhuis is voorzien van kruis- en tongewelven en hier vinden we onder andere een grote keuken met schouw en een pomphuis.
We komen het kasteel binnen op de bel-etage. Via de voordeur komen we in het voorhuis of hal met een stucplafond in Lodewijk XIV-stijl. We vinden op deze verdieping paneeldeuren uit het begin van de 18e eeuw, die voorzien zijn van oplegsloten en hier bevinden zich de grote of blauwe zaal, de eetkamer, de bibliotheek en een salon met een zogenaamde Utrechtse schouw. Boven deze schouw bevindt zich een raam, dat met een spiegel die als een luik voor het venster schuift, gesloten kon worden. Helaas zijn de schilderingen in deze eetkamer bij de brand in 1985 verloren gegaan.
Op de eerste verdieping bevindt direct boven de salon met Utrechtse schouw ook een salon met een zelfde schouw en een herenkamer met een renaissance-schouw, die afkomstig is van kasteel Zoelen. De kamers op deze verdieping hebben vooral plafonds met moerbalken en kinderbinten.

Het kasteel kan tegenwoordig benaderd worden via een stenen brug en door een fraaie ijzeren hek. Men komt dan op een rechthoekig voorplein met aan weerszijden bijgebouwen. Aan de linkerzijde bevindt zich dan de voormalige oranjerie, die gedekt wordt door een tentdak. In de 18e eeuw werd hier een torenachtig paviljoen aan toegevoegd, waartoe de gracht tussen het kasteel en het voorplein gedempt werd. Aan de rechterzijde bevindt zich een soortgelijk bijgebouw.
In de advertentie uit 1805 wordt over de omgeving van het huis het volgende vermeld: "Op het Bassecour tuinmans wooning, koetsiers-kamer, koets-, wasch- en melkhuis, orangerie, paarden- en beestenstallingen, koorn- en hooizolders, twee groote tuinen met de fynste en exquiste vruchtbomen, opgaande vygenboomgaard, broeijery en tuinschuur, boomgaarden, nevens een goed toegemaakt stuk weiland, waarin een duivenhok van een goede vlugt voorzien, voorts zeer gextendeerde wandelingen door zwaare opgaande en beuken bomen, wyders zeer vischryke gragten, vyvers en griften, alsmede een welgeconserveerde privative jagt".
Bewoners 1346 Jan van Arkel koopt Rijnswoude van de burgers van Rhenen
1346 - 1347 Robbert van Arkel van Grevenbroeck (broer)
1363 Robert van Arkel (bastaardzoon, bouwer 1e kasteel)
ca 1370 Johan van den Bosch (bastaardbroer)
ca 1375 Jan van Rhynestein (bastaardzoon van Jan van Arkel)
1381 - 1381 Claes Oem
1383 - 1414 Claes van Sevender, getrouwd met Machteld van IJzendoorn
1414 - 1417 Willem van Zevender (zoon)
1417 - 1423 Arnolda van Zevender (zus), getrouwd met Gerrit II van Culemborg
1423 - 1459 Gerrit III van Culemborg (zoon), getrouwd met Margarethe Taets van Amerongen
1459 Gerrit IV van Culemborg (zoon), getrouwd met Agnes Dirksdr van Vianen
- 1502 Dirk van Culemborg (zoon)
1502 - 1515 Willem II van Culemborg (oom, broer van Gerrit IV)
1516 - 1523 Gerrit van Culemborg (minderjarige zoon)
1523 - 1558 Johan van Culemborg (broer), getrouwd met Agatha van Coulster
1558 - 1608 Margaretha van Culemborg (dochter), getrouwd met Philips van Hamale
1609 - 1623 Philips van Hamale (kleinzoon)
1623 - 1682 Johan van Reede (koop), getrouwd met Jacoba van Eede
1682 - 1738 Frederik Adriaan van Reede (kleinzoon), getrouwd met Maria Hendriksdr Duijst van Voorhout
1738 - 1754 Maria Hendriksdr Duijst van Voorhout
1754 - 1766 Maria Jacoba Pijnssen van Der Aa (achternicht), weduwe van Leonard Taets van Amerongen
1766 - 1788 Gerard Maximiliaan Taets van Amerongen van Renswoude (zoon), getrouwd met Catharina Johanna Mossel
1788 - 1802 kinderen voorgaande echtpaar
1802 - 1850 Joost Gerard Baron Taets van Amerongen (één van de zoons), getrouwd met Cornelia Clasina van Nellesteijn
1850 - 1901 Maximiliaan Jacob Leonard Taets van Amerongen (zoon), getrouwd met Henriëtte Jacqueline Wilhelmina Huydecoper
1902 - 1922 Jan Karel Taets van Amerongen van Renswoude (zoon), getrouwd met Louise Henriëtte van Eeghen
1922 - 1958 Maximiliaan Jacob Leonard Taets van Amerongen van Renswoude (zoon), getrouwd met Maria Civile Sirtema van Grovestins
1968 ondergebracht in de Stichting Beheer Kasteel Renswoude
kasteel opgedeeld in apartementen
- 16 juni 2009 één der bewoners: Baron J.J.C. Taets van Amerongen (tak Woudenberg)
2009 erfgenamen bovengenoemde Baron
Huidige doeleinden Het kasteel wordt bewoond.
Opengesteld Voor groepen is het kasteel op aanvraag te bezichtigen
Het park van ongeveer 38 ha. is een vrij toegankelijk wandelgebied.
Foto's Ansichtskaart van het kasteel ansichtskaart van het kasteel Foto van de achterkant van het kasteel Foto vanuit de tuin rond het kasteel
Foto van de voorzijde van het kasteel Foto van de voorzijde van het kasteel Foto van de ingang van het kasteel Foto van de achterzijde van het kasteel
Foto van de achterzijde van het kasteel Oude tekening van Jan de Beijer uit 1749 Schilderij van Frederik A. van Reede (1659-1738) door A. van Heusden
Bronnen Tekst: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, onder redactie van B. Olde Meierink, Utrecht, Uitgeverij Matrijs, 1995
De heer A. Met
Kranteartikel van begin jaren 90
Foto 2 en 3: uit eigen collectie
Foto 1 en 4: Peter van der Wielen
Foto 5 en 6: Elbert van Klaveren
Foto 7 t/m 10: Mieke van Nellen
Afb. 1: boek: Provincie Utrecht, 1966
Afb. 2: Geschiedenis van de Provincie Utrecht, deel 2