Cammingha

Ligging Het kasteel Cammingha is gelegen aan de Camminghalaan in Bunnik, achter de hofstede De Beesde.

Cammingha aan de achterzijde

Andere benamingen De Beesde
Ontstaan De oudste vermelding van De Beesde dateert uit 1395.
Geschiedenis In 1395 wordt er in de archieven gesproken over 'Gerits hofstede van Beesde'. In 1406 komen we een Jan van Beesde Hermansz tegen, die eigenaar is van een goed in Bunnik. 20 jaar later komen we hem weer tegen in de rentmeestersrekeningen van het Sticht en daaruit wordt duidelijk dat hij in 1426 en 1427 een hofstede bij Bunnik bezat en waarschijnlijk is dit dan De Beesde. Jan is gehuwd met Janna van Jutfaes Florensdr en sterft in 1465. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Johan van Beesde, die in 1441 ook wordt beleend met een hoeve aan de Honswijkerwetering in Blokhoven bij Schalkwijk. Deze hoeve wordt ook De Beesde genoemd. Na het overlijden van Johan, wordt zijn zoon Laurens ermee beleend. Laurens trouwt met Anthonia Woutman, die hij vier jaar overleeft. Als hij in 1522 sterft, laat hij de hofstede na aan zijn dochter Margaretha van Beesde.

Door het huwelijk van Margaretha met Frederik de Voocht van Rynevelt, heer van Blikkenburg, komt De Beesde in deze familie. Maar dat is niet voor lang, want na de dood van Margaretha in 1564, erft hun dochter Beatrix het huis. Zij trouwt met Adriaan de Wael van Vronestein. Deze Adriaan had met andere edelen het 'Verbond van Edelen' ondertekend en werd op bevel van Alva op 16 september 1567 gevangen genomen en in het kasteel Vredenburg in Utrecht opgesloten. Op het plein voor het kasteel werd hij op 25 augustus 1568 onthoofd.
Het is overigens opmerkelijk dat De Beesde niet als ridderhofstad werd erkend. Wel komt het huis voor in een lijst van adellijke huizen, maar wordt daarin als 'camer' aangeduid, wat in die tijd gebruikelijk was voor niet-ridderhofsteden. Gedurende ongeveer 100 jaar blijft het kasteel samen met Vronestein in het bezit van de familie De Wael van Vronestein. Als in 1647 Gerard de Wael van Vronestein sterft, erft zijn dochter Beatrix (1600-1653), die met Balthasar van Bueren (1604-1669) trouwde, alleen De Beesde. Pas op late leeftijd krijgt dit echtpaar een zoon: Frederik Ignatius (1650-1706).

Frederik Ignatius van Bueren krijgt in 1693 een zoon, Johan Frederik, die op De Beesde wordt geboren. Deze Johan Frederik sterft kinderloos en het kasteel vererft op een familielid: Petronella Johanna van Bueren. Deze Petronella trouwt met Wytze Watze van Cammingha, die ook eigenaar was van het slot Cammingha bij Ballum op Ameland. Door dit huwelijk verandert de naam van De Beesde in Cammingha.
Bij een taxatie in 1767 wordt de waarde van het huis, inclusief boerderij en 54 morgen grond geschat op f. 4000,-. Door de kinderen van het hierboven genoemde echtpaar wordt het kasteel in 1773 verkocht aan mr. Jan de Pesters, heer van Cattenbroek. Het huis blijft voor meer dan 100 jaar in deze familie. De erfdochter jonkvrouw Coenradina Carolina Theodora de Pesters erft in 1882 naast De Beesde, ook de Nijenhof, Cattenbroek en andere landerijen. Als in 1929 deze jonkvrouwe verongelukt, worden haar goederen door haar man verkocht aan mr. Frans Jan Hendik de Wetstein Pfister, die echter al in 1932 sterft. De Beesde vererft dan op zijn weduwe Caroline Elisabeth.
Caroline Elisabeth woonde niet op het kasteel, maar verhuurde het, tot ze het in 1958 verkocht aan mevrouw A.P. Peek-van Zijl. Het huis was ondertussen erg vervallen. Na een aantal jaren leegstand, werd het kasteel gelukkig in de jaren 1965-1966 gerestaureerd en in 1966 gekocht door dhr. B.G.W. Peek van zijn moeder. De heer Peek, met vrouw en kinderen, woonde tot zijn overlijden in november 2006 op Cammingha, waarna zijn zoon Hubertus C.A. Peek er vanaf 2008 met zijn gezin is gaan wonen.

Vermoedelijk is het kasteel oorspronkelijk als woontoren gebouwd tegen het einde van de 14e eeuw of het begin van de 15e eeuw. Deze toren had een rechthoekig grondplan met afmetingen van ca 7,3 m bij 10,3 m. Op kelderniveau zijn de muren ongeveer 1 m dik. De toren kent vier verdiepingen: een kelder, twee woonlagen en een zolder. De toren is voorzien van een zadeldak tussen twee tuitgevels. Waarschijnlijk lag de toren geheel in het water: aan één zijde de Kromme Rijn en aan drie zijden een gracht. Waarschijnlijk was de ingang met brug aan de westzijde. Aan de noordzijde loopt de fundering enkele meters door, waaruit het vermoeden bestaat dat het kasteel aan deze zijde groter is geweest.
In de 18e eeuw is door de Cammingha's aan de westzijde een westvleugel aangebouwd, met daarin een trappenhuis en een berging, terwijl de vleugel aan de noordzijde uit de 19e eeuw dateert.
Bewoners 1395 Gerit
1406 - 1465 Jan van Beesde Hermansz
1465 Johan van Beesde
- 1522 Laurens van Beesde
1522 - 1564 Margaretha van Beesde, getrouwd met Frederik de Voocht van Rynevelt
1564 Beatrix de Voocht van Rynevelt, getrouwd met Adriaan de Wael van Vronestein
- 1617 Frederik de Wael van Vronestein
1617 - 1647 Gerard de Wael van Vronestein
1647 - 1653 Beatrix de Wael van Vronestein, gehuwd met Balthasar van Bueren
- 1706 Frederik Ignatius van Bueren
1706 Johan Frederik van Bueren
ca 1740 - 1767 Petronella Johanna van Bueren, gehuwd met Wytze Watze van Cammingha
1773 - 1797 Jan de Pesters, heer van Cattenbroek
1797 mr. Willem Nicolaas de Pesters
1882 - 1929 jonkvrouw Coenradina Carolina Theodora de Pesters
1929 - 1932 mr. Frans Jan Hendik de Wetstein Pfister
1932 - 1958 Caroline Elisabeth
1958 - 1966 mevrouw A.P. Peek-van Zijl
1966 - 2006 dhr. B.G.W. Peek
2008 dhr. H.C.A. Peek
Huidige doeleinden Het huis wordt bewoond door de familie Peek.
Opengesteld Het huis is niet toegankelijk.
Foto's Cammingha aan de voorzijde Cammingha aan de achterzijde Cammingha aan de voorzijde
Bronnen Tekst: Kastelen en Ridderhofsteden in Utrecht
Foto 2 en 3: uit eigen collectie
Foto 1 en 4: Peter van der Wielen